Nieuw verzamelbesluit over pensioenen en stamrechten

Medio november 2015 heeft de staatssecretaris van Financiën een aantal besluiten over pensioenen uit 2003, 2010, 2011 en 2014 samengevoegd en eerdere besluiten over pensioenen (en stamrechten) geactualiseerd. Wij staan stil bij de belangrijkste en enkele opmerkelijke veranderingen.

Aanpassingen en bevestigingen
In het besluit zijn de wijzigingen op grond van de Wet VAP (per 1 januari 2014) en Witteveen 2015 (per 1 januari 2015) opgenomen. Deze wijzigingen zijn niet spectaculair. Het gaat hoofdzakelijk om aanpassingen in verband met de verhoging van de pensioenrichtleeftijd van 65 naar 67 jaar en het uitstellen van de AOW-gerechtigde leeftijd. Verder is de werkkostenregeling opgenomen en is het besluit aangepast aan het opheffen van de stamrechtvrijstelling.
In het onderdeel, waarin de bestanddelen van het pensioengevend loon worden genoemd, staat de goedkeuring dat ingehouden bijdragen of premies voor pensioen, voor aanspraken overeenkomend met werknemersverzekeringen, aanspraken uit ongevalsuitkeringen of voor een levensloopregeling niet leiden tot een verlaging van het pensioengevend loon. Verder wordt bevestigd dat eindheffingsbestanddelen tot het pensioengevend loon behoren. Deze eindheffingsbestanddelen moeten dan wel geïndividualiseerd zijn.

Nieuwe tegemoetkomingen

·       Pensioenuitkeringen tot einde van maand van overlijden
In de wet staat dat ouderdoms-, partner- en/of wezenpensioen moet eindigen op het moment dat de pensioengerechtigde overlijdt. Het komt in regelingen vaak voor dat een ouderdoms-, partner- of wezenpensioen doorloopt tot het einde van de maand waarin de pensioengerechtigde is overleden. Voor deze situatie geldt nu een goedkeuring,

·       Terugnemen van voorwaardelijk pensioen Sociaal Akkoord 2004
Het was mogelijk in het kader van het Sociaal Akkoord 2004 om ter compensatie van het wegvallen van VPL-rechten een voorwaardelijk pensioen toe te zeggen. Als de werkgever om wat voor reden dan ook deze toezegging geheel of gedeeltelijk wil terugnemen, dan zou mogelijk sprake kunnen zijn van afkoop en van het onzuiver worden van de hele pensioenregeling. In een dergelijke situatie is nu goedgekeurd dat dit niet als afkoop wordt beschouwd en daarmee dus verder geen fiscale gevolgen heeft,

·       Ouderdomspensioen per eerste van de maand op pensioenrichtdatum
Het gaat hier weliswaar niet om een nieuwe goedkeuring, maar om uitbreiding van een bestaande goedkeuring. Goedgekeurd wordt dat ouderdomspensioen dat per de eerste van de maand ingaat waarin de pensioenrichtdatum wordt bereikt, niet actuarieel hoeft te worden herrekend. Datzelfde geldt voor de jaarlijkse opbouw van dit ouderdomspensioen. Nieuw is dat deze goedkeuring niet geldt tot de eerdere gecommuniceerde datum van 1 januari 2017, maar tot 1 januari 2018.    

(Bron: Besluit van 6 november 2015, nr. BLKB2015/830M, stcrt. 40404 d.d. 17-11-2015)

Noot:

Het is zeer welkom dat vrijwel alle goedkeuringen over pensioen uit het verleden nu in één verzamelbesluit zijn te vinden en bovendien ook nog zijn geactualiseerd.
Als reden voor de goedkeuring om pensioen tot het einde van de maand van overlijden te kunnen blijven uitkeren, wordt opgegeven dat dit soort regelingen op zeer ruime schaal voorkomt en dat het om een geringe afwijking gaat. Het is vreemd dat een goedkeuring voor het per de eerste van de maand uitkeren van pensioen op de pensioenrichtdatum achterwege blijft. Dit is immers een op alle punten vergelijkbare situatie, die wellicht zelfs nog wel vaker voorkomt! Op die manier wordt de indruk gewekt dat halsstarrig aan eenmaal ingehouden standpunten vastgehouden wordt en dat gevechten op de fiscale vierkante millimeter worden uitgevochten.