Wet pensioencommunicatie: een stap vooruit?!

    1 juli 2015

    Op 19 mei 2015 is het wetsvoorstel "Wijziging van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met verbetering van de pensioencommunicatie" (hierna Wet Pensioencommunicatie) aangenomen door de Eerste Kamer. De wet is op 29 mei 2015 in het Staatsblad geplaatst en zal vanaf 1 juli 2015 gefaseerd worden ingevoerd.

    De Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) waarin de nadere uitwerking van de nieuwe regels en de gefaseerde invoering worden vastgelegd, zijn op 30 juni 2015 in het Staatsblad geplaatst. Er is ook een ministeriële regeling aangekondigd, deze is nog niet verschenen. Ook de tekst van Pensioen 1-2-3 van de Pensioenfederatie is nog niet definitief vastgesteld. De tekst is wel te raadplegen op www.pensioen123.nl. De checklist voor werkgevers die kan worden gebruikt bij pensioengesprekken zal in september 2015 worden gepubliceerd door de Pensioenfederatie.
    In dit artikel ga ik nader in op de hoofdlijnen van de nieuwe wetgeving.

    Doel van de wet

    De Wet Pensioencommunicatie wijzigt de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling. Met het voorstel wordt beoogd de informatieverstrekking over pensioenen te verbeteren. Het doel van pensioencommunicatie is dat de pensioendeelnemer weet hoeveel pensioen hij kan verwachten, kan nagaan of dat voldoende is en zich bewust is van de risico's van de pensioenvoorziening. Daarnaast moet pensioencommunicatie de deelnemer laten zien welke keuzemogelijkheden hij heeft. Het bieden van een handelingsperspectief is een essentieel element bij het bereiken van de pensioendeelnemer. De deelnemer neemt informatie eerder op als hij weet wat hij ermee kan doen.
    Met de Wet Pensioencommunicatie wordt het perspectief van de deelnemer centraal gesteld. Goede pensioencommunicatie is evenwichtig en realistisch en beoogt bewustwording bij mensen te vergroten (pensioenbewust te zijn) en indien nodig gedragsverandering te stimuleren. Meer dan nu het geval is, wordt aangesloten bij de informatiebehoeften en de kenmerken van de deelnemer, bijvoorbeeld een ander taalgebruik. Zo wordt de kans groter dat de informatie de pensioendeelnemer daadwerkelijk bereikt. De nieuwe wetgeving strekt ertoe om de eisen die gesteld worden aan pensioenuitvoerders ten aanzien van de communicatie met (gewezen) deelnemers, (gewezen) partners en pensioengerechtigden zodanig aan te passen, dat pensioenuitvoerders met deze communicatie aansluiten bij de behoeften van de deelnemer en bevorderen dat de communicatiedoelen worden bereikt.

    Overkoepelende normen Pensioenwet

    Met de Wet Pensioencommunicatie beoogt de wetgever de kwaliteitseisen voor goede pensioencommunicatie te verhogen. Door de financiële crises van de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de risico's verbonden aan pensioenvoorzieningen groter zijn dan verwacht en dat het bewustzijn over deze risico’s bij de pensioendeelnemer moet worden vergroot. De verantwoordelijkheid en de rol van de overheid en de werkgever bij het bereiken van een adequate voorziening is in de afgelopen jaren sterk afgenomen en zal in de komende jaren naar verwachting nog verder afnemen. De pensioendeelnemer moet derhalve zelf aan de slag om te bepalen of de pensioenopbouw voldoende is en welke maatregelen er nodig zijn om de voorziening eventueel aan te passen of te verbeteren.
    De pensioensector is nog onvoldoende in staat gebleken om de gewenste kwaliteitsslag te maken. Het ambitieniveau van de wettelijke toezichtsnormen voor de informatie- en communicatieverplichtingen van de pensioenuitvoerder en werkgever wordt dus verhoogd.
    In de aanbevelingen in het rapport “Pensioen in duidelijke taal” van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van juli 2012 werd de noodzaak van communicatie op maat onderkend. Dat vraagt om meer principle based regelgeving, zodat er voor de pensioenuitvoerder ruimte is voor een zekere maatwerkinvulling. Informatie op maat is ook: segmenteren.
    Deze aanbevelingen zijn overgenomen door de wetgever en er zijn overkoepelende normen ingevoerd waaraan informatievoorziening moet voldoen.
    De overkoepelende normen gelden niet alleen voor de wettelijk verplichte informatieverstrekking, maar ook voor de niet-wettelijk verplichte informatie.
    In de Pensioenwet was tot nu toe bepaald dat de informatieverstrekking tijdig moest worden verstrekt en in duidelijke en begrijpelijke bewoordingen.
    Dat informatie duidelijk is, houdt in dat informatie vindbaar en overzichtelijk moet zijn. Dat betekent dat de informatie gelaagd moet worden aangeboden, om de relevantie van de communicatie voor de deelnemer te vergroten. In de eerste laag alleen de essentiële informatie, in diepere lagen uitgebreidere informatie.
    Voor de meeste informatieverplichtingen is voor de tijdigheid van informatie een wettelijke termijn voorgeschreven. Indien er geen voorgeschreven termijn geldt zal de informatie door de pensioenuitvoerder moeten worden verstrekt binnen een termijn waarin de deelnemer de informatie redelijkerwijs nog kan gebruiken voor het beoogde doel, bijvoorbeeld voor een pensioen of andere financiële beslissing.

    Correct en evenwichtig

    De overkoepelende eisen die aan informatieverstrekking worden gesteld worden uitgebreid met de eis dat de informatie correct en evenwichtig dient te zijn.
    Bij een beoordeling of de informatie correct is, is het in ieder geval van belang dat de informatie inhoudelijk juist is en er geen tegenstrijdigheden in de informatie zitten, zowel binnen een document als tussen de verschillende informatiedragers. Er geldt derhalve een consistentie eis.
    De norm evenwichtig betekent dat de relevante aanwezige voor- en nadelen goed moeten worden weergegeven. Om een juist beeld te geven moet de pensioenuitvoerder naast informatie over de positieve kenmerken, ook informatie geven over de beperkende kenmerken of voorwaarden van de pensioenregeling.

    Open normen persoonlijke informatie

    De pensioenuitvoerder bevordert dat persoonlijke informatie aansluit bij de informatiebehoeften en kenmerken van de pensioendeelnemer. Tevens wordt vereist dat de informatie inzicht geeft in de keuzemogelijkheden die er zijn in de pensioenregeling en de gevolgen van belangrijke gebeurtenissen voor het pensioen.
    Dit zijn nieuwe eisen die beogen te bewerkstelligen dat getoetst kan worden of de informatieverstrekking aan de hierboven genoemde doeleinden van kwalitatief goede informatievoorziening voldoet. Met andere woorden: wordt de deelnemer adequaat geïnformeerd?
    Dit betekent dat de pensioencommunicatie moet worden afgestemd op de kenmerken en behoeften van verschillende doelgroepen, zodat de effectiviteit en de relevantie van de boodschap worden vergroot. Deze segmentatie heeft niet alleen betrekking op de inhoud van informatie, maar ook op de vorm en het kanaal waarvoor gekozen wordt.
    De pensioenuitvoerder bevordert dat persoonlijke informatie aansluit bij de informatiebehoefte en kenmerken van de deelnemer. De pensioenuitvoerder dient duidelijk voor ogen te hebben wat het doel van informatie is en wie de doelgroep is. Daarnaast moet het voor de deelnemer duidelijk zijn waarom hij deze informatie ontvangt: wat moet hij doen met de informatie?
    Om de gewenste aansluiting te bereiken kan de uitvoerder bijvoorbeeld een onderzoek instellen onder zijn deelnemerpopulatie. Dit gebeurt bij voorkeur in een pretest, waarbij de pensioenuitvoerder, voordat de communicatie plaatsvindt, de communicatiemiddelen toetst met behulp van kwalitatief of kwantitatief onderzoek onder deelnemers. Het gaat om een inspanningsverplichting ("bevorderen") en niet om een resultaatsverplichting.O
    m de deelnemer te helpen met het handelingsperspectief wordt bepaald dat de pensioenuitvoerder bevordert dat de informatie inzicht geeft in de keuzemogelijkheden die er zijn in de pensioenregeling. Pensioenuitvoerders dienen zoveel mogelijk inzicht te geven in de gevolgen voor het pensioen van tenminste de volgende keuzes:
    - eerder stoppen met werken,
    - langer doorwerken,
    - deeltijdpensioen,
    - hoog/laagconstructie (eerste jaren hoger en later lager pensioen),
    - uitruil van partnerpensioen voor ouderdomspensioen en omgekeerd en
    - waardeoverdracht bij verandering van baan.

    In de concept-AMvB wordt specifiek bepaald dat de uitvoerder in ieder geval de gevolgen van eerder stoppen en langer doorwerken laat zien. Bovenstaande verplichting wordt naar verwachting gefaseerd ingevoerd.

    Meer mogelijkheden voor digitale informatie

    Volgens de wetgever leent digitale informatie zich goed voor het aantrekkelijk, begrijpelijk en persoonlijk maken van informatie. Pensioenuitvoerders mogen daarom straks kiezen of zij hun deelnemers en andere betrokkenen schriftelijk of digitaal gaan informeren.
    Digitalisering van informatie maakt het makkelijker om informatie beschikbaar te stellen via de website van de pensioenuitvoerder. Met het versturen van informatie via internet kan bovendien een aanzienlijke kostenbesparing worden gerealiseerd.
    Ook de deelnemer zelf heeft de keuze hoe hij de informatie wil ontvangen. Als hij aangeeft dat hij bezwaar heeft tegen digitale verstrekking moet de informatie schriftelijk verstrekt worden. De keuze kan ook op elk moment later worden herzien door een deelnemer. Als de uitvoerder ervoor kiest om informatie digitaal te verstrekken zal in ieder geval eenmalig schriftelijk moeten worden gevraagd of de deelnemer bezwaar heeft tegen digitale informatieverstrekking. De pensioenuitvoerder moet kunnen aantonen dat hij zo’n uitvraag heeft gedaan en wat de respons hierop was van individuele deelnemers.
    Bij digitale informatieverstrekking is het niet voldoende om te verwijzen naar de website. De informatie moet in de persoonlijke omgeving van de deelnemer worden gebracht. Dit kan bijvoorbeeld door het versturen van een attenderende e-mail. Bij gebruik van een berichtenbox wordt het gebruik van www.mijn.overheid.nl voorgeschreven.
    De informatieontvanger moet in staat worden gesteld om de informatie duurzaam te bewaren. Hierbij hoort eveneens dat de deelnemer de informatie zelf moet kunnen afdrukken.
    De algemene basisinformatie van de pensioenregeling moet op de website van de pensioenuitvoerder, in ieder geval voor iedere pensioendeelnemer, beschikbaar zijn.D
    e basisinformatie betreft de niet persoonsgebonden informatie over de pensioenregeling en de uitvoering daarvan. Het gaat in ieder geval om de volgende elementen:
    - de pensioensoorten waarin de basispensioenregeling voorziet,
    - de pensioensoorten waarin de basisregeling niet voorziet,
    - de wijze waarop pensioen wordt opgebouwd,
    - de keuzemogelijkheden van de deelnemer of gewezen deelnemer waarin de
      pensioenregeling voorziet,
    - de risico's,
    - de soorten uitvoeringskosten en
    - de beleidsdekkingsgraad met een omschrijving van de gevolgen ervan.

    De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben een alternatief communicatie-instrument ontwikkeld, het zogenaamde Pensioen 1-2-3 (zie www.pensioen123.nl). Hoewel dit instrument nog in ontwikkeling is heeft de wetgever besloten om een wettelijke basis te geven aan dit initiatief. Er wordt voorgeschreven dat de uitvoerder bij het verstrekken van de basisinformatie over de pensioensoorten, maar ook bij de hierna nog te noemen informatieverstrekking, gebruik moet maken van de opschriften en iconen in de volgorde waarin ze staan in laag 1 van Pensioen 1-2-3. Bij de informatie over pensioensoorten, informatie over de jaarlijkse pensioenopbouw, de risico's en de beleidsdekkingsgraad wordt ter wille van de vergelijkbaarheid tevens gebruik gemaakt van de sjablonen die door Pensioen 1-2-3 worden ontwikkeld.
    Het doel van de basisinformatie is dat de deelnemer gemakkelijk duidelijke informatie kan vinden over de belangrijkste kenmerken van de pensioenregeling, de keuzemogelijkheden die hij heeft, dat hij weet wanneer hij in actie moet komen en op de hoogte is van de financiële situatie van het pensioenfonds.

    Gelaagde informatie permanent op website uitvoerder

    Eén van de aanbevelingen in het rapport "Pensioen in duidelijke taal" is om de informatie gelaagd aan te bieden aan de deelnemer. Deze aanbeveling is overgenomen door de wetgever. Voor de uitvoering hiervan wordt voorgeschreven dat gebruik wordt gemaakt van Pensioen 1-2-3. De eerste laag betreft de hierboven genoemde basisinformatie over de pensioenregeling (“de Pensioenregeling in 5 minuten”), de tweede en derde laag betreft meer uitgebreide informatie.
    De tweede laag bevat uitgebreidere informatie over de inhoud van de pensioenregeling (“de pensioenregeling in 30 minuten”). In de derde laag worden de basisdocumenten van de pensioenregeling, alsmede informatie over de positie van de uitvoerder en de uitvoeringskosten getoond. Er zal tevens een Pensioenvergelijker worden opgenomen in de derde laag, dat wil zeggen een uniform vergelijkingsinstrument voor pensioenregelingen.
    Pensioen 1-2-3 geldt per pensioenregeling en moet permanent beschikbaar worden gesteld op de website van de pensioenuitvoerder. Pensioen 1-2-3 is visueel aantrekkelijk door de gebruikte iconen en is kort, bondig en herkenbaar door de uniforme opzet.
    Voor de vormgeving van de tweede en derde laag worden nadere regels in een ministeriële regeling vastgesteld.

    Informatie op de website

    De pensioenuitvoerder stelt op zijn website voor in ieder geval de pensioendeelnemer de volgende informatie beschikbaar:
    –  de basisinformatie over de pensioenregeling (laag 1 Pensioen 1-2-3)
    –  verdere informatie over de pensioenregeling (laag 2 Pensioen 1-2-3)

    In laag 3 wordt de volgende informatie beschikbaar gesteld:
    –  informatie over uitvoeringskosten,
    –  het jaarverslag en de jaarrekening,
    – de verklaring inzake beleggingsbeginselen,
    – informatie over het financieel crisisplan,
    – informatie over het herstelplan of geactualiseerd herstelplan,
    – het pensioenreglement,
    – de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement, en
    – de Pensioenvergelijker.

    De startbrief vervalt

    De huidige Pensioenwet schrijft voor dat iedere nieuwe deelnemer binnen drie maanden een startbrief van de pensioenuitvoerder moet ontvangen waarin hij wordt geïnformeerd over de belangrijkste aspecten van de nieuwe pensioenregeling. Geconstateerd is dat de huidige startbrief te lang is en te weinig aansprekend. Deelnemers lezen de startbrief daarom vaak niet. De startbrief in haar huidige vorm verdwijnt en wordt vervangen door een kortere en beknoptere vorm, waarvan de inhoud grotendeels wordt bepaald door een open norm.
    Bij indiensttreding dient de werkgever er zorg voor te dragen dat de werknemer waarmee hij een pensioenovereenkomst heeft gesloten binnen drie maanden na de start van de pensioenverwerving door de pensioenuitvoerder wordt geïnformeerd over de kenmerken van de pensioenregeling, de uitvoering van de pensioenregeling en over persoonlijke omstandigheden die een actie van de werknemer kunnen vergen. De werknemer wordt daarbij tevens gewezen op de website van de pensioenuitvoerder en op de mogelijkheid het pensioenregister te raadplegen. Voor de informatie op de website moet Pensioen 1-2-3 worden gebruikt.
    Een andere belangrijke aanbeveling in het rapport "Pensioen in duidelijke taal" is om de werkgever een prominentere rol in de communicatie over pensioen te geven. Hiertoe zal door de Pensioenfederatie een checklist worden ontwikkeld die door de werkgever kan worden gebruikt bij pensioengesprekken met de sollicitant en de werknemer. De tekst van deze checklist wordt beschikbaar gesteld in september 2015, zodat pensioenuitvoerders een aantal maanden de gelegenheid hebben om de nieuwe wetgeving te implementeren.

    Uitbreiding pensioenregister

    Eén van de aanbevelingen uit het rapport “Pensioen in duidelijke taal” is om een interactief totaaloverzicht van het pensioeninkomen te ontwikkelen met keuzemogelijkheden, een pensioendashboard.
    Om de deelnemer te ondersteunen bij het verkrijgen van inzicht, overzicht en handelingsperspectief met betrekking tot zijn totale pensioeninkomen, wordt de website van het pensioenregister (www.mijnpensioenoverzicht.nl) met een aantal functionaliteiten uitgebreid. Het doel hiervan is om de deelnemer in staat te stellen een financiële planning te maken met betrekking tot zijn pensioeninkomen. De uitbreiding van het register zal in een periode van drie jaar na inwerkingtreding van het wetsvoorstel op 1 juli 2015 gefaseerd worden gerealiseerd.
    Vanaf 2011 is op de website www.mijnpensioenoverzicht.nl een overzicht beschikbaar van de Nederlandse (collectieve) pensioenaanspraken en AOW. Het register is een initiatief van de gezamenlijke pensioenuitvoerders en de Sociale Verzekeringsbank. De website heeft een wettelijke grondslag.
    Uit deelnemersonderzoek blijkt dat de deelnemer met name belangstelling heeft voor de volgende gepersonaliseerde informatie:
    a.  Overzicht van het totale pensioenbedrag - hoeveel krijg ik netto per maand?
    b. Inzicht in de toereikendheid van het pensioenbedrag - is dat voldoende voor mij?
    c.  Handelingsperspectief - wat kan ik of moet ik doen?

    De huidige communicatie over koopkracht en risico's is onvoldoende. Deelnemers denken in euro's van nu. Ze gaan er daardoor van uit dat het bedrag voor te bereiken pensioen bij pensioenleeftijd dezelfde koopkracht heeft als nu. Deelnemers hebben daardoor een te rooskleurig beeld van hun toekomstige pensioeninkomen. Verder hebben ze vaak geen realistische inschatting van de risico's.
    Het pensioenregister geeft een overzicht van het opgebouwde pensioen en het in de toekomst te bereiken pensioen. Om tot uitdrukking te brengen dat aan het te bereiken pensioen onzekerheden verbonden zijn, zullen de risico's zichtbaar worden gemaakt door middel van een opgave van het bereikbare ouderdomspensioen door middel van een optimistisch, een pessimistisch en een verwacht bedrag. Deze bedragen worden berekend volgens een uniforme rekenmethodiek, die in een ministeriële regeling wordt vastgelegd.
    Naast het nominale bedrag worden ook de te verwachten reële pensioenbedragen in het register opgenomen. De opgave betreft de nettobedragen per maand en een brutobedrag per jaar. Het betreft een indicatieve opgave. Er zal gebruik worden gemaakt van afgeronde bedragen, omdat precieze bedragen teveel zekerheid suggereren. Op termijn bestaat de mogelijkheid om het pensioeninkomen op huishoudniveau, dat wil zeggen van beide partners, zichtbaar te maken. De informatie wordt via doorklikmogelijkheden gelaagd aangeboden.
    Voor de actieven en gewezen deelnemers worden in het pensioenregister de volgende bedragen zichtbaar:
    - Het opgebouwde pensioen in één bedrag, dat de actuele stand weergeeft (zonder scenario's).
    - Het reglementair te bereiken pensioen in drie reële bedragen, gebaseerd op de drie scenario's.

    Voor de pensioengerechtigden wordt na ingroei van deze groep in het pensioenregister het volgende zichtbaar in het pensioenregister:
    - Het ingegane pensioen van dit moment wordt weergegeven in één bedrag.
    - Voor de stand over vijf of tien jaar worden drie reële bedragen gegeven gebaseerd op de drie scenario's.

    De uniforme rekenmodellen zullen gevoed worden door de scenario's set van de Commissie Parameters. Daarmee wordt voor de pensioenfondsen aangesloten bij een toets die al moet worden uitgevoerd, namelijk de toets die onderdeel uitmaakt van de haalbaarheidstoets.
    Om de deelnemer in staat te stellen om te kunnen bepalen of het bedrag bij pensionering voldoende zal zijn om de huidige levensstijl te kunnen voortzetten wordt in het pensioenregister een rekentool ter beschikking gesteld om de toereikendheid van het pensioen in relatie tot de uitgaven te kunnen bepalen. Zo zal de deelnemer in het rekeninstrument in het pensioenregister de hoogte van zijn loon kunnen invullen. Hiermee kan de deelnemer een toereikendheidstoets uitvoeren, dat wil zeggen kan hij bepalen of het pensioeninkomen in relatie tot de uitgaven naar verwachting voldoende zal zijn.
    Verder wordt bepaald dat met betrekking tot de keuzes ten aanzien van het ouderdomspensioen in ieder geval de indicatieve gevolgen van het pensioeninkomen getoond worden van het vervroegen of uitstellen van de pensioeningangsdatum. De verwachting is dat in de toekomst de gevolgen van meer belangrijke gebeurtenissen zichtbaar kunnen worden gemaakt in het pensioenregister, maar daarop wordt nog niet vooruitgelopen door de wetgever. Met betrekking tot belangrijke gebeurtenissen worden in ieder geval bij nabestaandenpensioen de gevolgen getoond van overlijden op het moment van de uitvraag, na beëindiging van de deelneming en na pensionering.
    Een wijziging in de pensioenrechten wordt door de uitvoerders binnen vier maanden verwerkt in de gegevens die door middel van het pensioenregister worden verstrekt, dit is sneller dan tot nu toe het geval is.
    De toegang van pensioengerechtigden tot het pensioenregister wordt stapsgewijs ingevoerd. Een ieder die nu als (gewezen) deelnemer is opgenomen blijft ook na pensionering opgenomen. De huidige groep gepensioneerden wordt niet opgenomen in het register en heeft (nog) geen toegang.

    Periodieke communicatie over persoonlijke aanspraken en rechten

    Alle periodieke persoonsgebonden informatie zal verstrekt moeten gaan worden in de vorm van een Uniform Pensioen Overzicht (UPO). De modellen daarvoor zullen in een AMvB worden vastgesteld.
    De verplichting om te bereiken pensioenaanspraken in het overzicht op te nemen, vervalt. In het UPO voor actieven wordt alleen een overzicht gegeven van de reeds opgebouwde aanspraken. Voor de te bereiken aanspraken kan de deelnemer het pensioenregister raadplegen.
    Het wordt verplicht om in de UPO informatie op te nemen over een gerealiseerde korting van pensioenaanspraken en -rechten.
    De niet-periodieke persoonsgebonden informatie, bijvoorbeeld informatie bij einde deelneming, blijft vormvrij.
    Met betrekking tot de communicatie over toeslagverlening worden de aanbevelingen van het rapport "Pensioen in duidelijke taal" overgenomen. Het toeslagenlabel wordt afgeschaft en de voorwaardelijkheidsverklaring uit de toeslagenmatrix wordt vormvrij. Gebleken is dat pensioenuitvoerders meer behoefte aan ruimte voor maatwerk hebben.

    Overzicht informatiekanalen

    Ter wille van het overzicht met betrekking tot het nieuw in te voeren systeem volgt hierna een overzicht van de inhoud, de vorm en de kanalen waarlangs de informatie in het nieuwe wettelijke systeem zal moeten worden verstrekt.
    Overzicht van informatiekanalen:
    • Uniform pensioenoverzicht (UPO)
     - bevat persoonlijke informatie.
     - geeft de jaarlijkse stand aan van wat de deelnemer heeft opgebouwd aan pensioen bij één pensioenuitvoerder.
     - wordt daarom jaarlijks actief verstrekt door de pensioenuitvoerder

    • Pensioenregister
     - is een website: www.mijnpensioenoverzicht.nl
     - bevat persoonlijke informatie
     - geeft de huidige stand aan van wat de deelnemer heeft opgebouwd bij álle pensioenuitvoerders
     - geeft de deelnemer een indicatie van zijn totaal te bereiken pensioeninkomen op AOW-leeftijd. Dus van AOW en alle aanvullend pensioen gezamenlijk
     - geeft inzicht in keuzemogelijkheden en gevolgen van belangrijke gebeurtenissen (overlijden)

    • Pensioen 1-2-3 (vervangt de huidige startbrief)
     - legt uit wat de belangrijkste kenmerken van de pensioenregeling zijn
     - laag 1 bevat de meest eenvoudige informatie
     - laag 1 van de Pensioen 1-2-3 wordt bij het begin actief aan een nieuwe deelnemer verstrekt door de pensioenuitvoerder
     - laag 2 en laag 3 met uitgebreidere informatie worden niet actief verstrekt, maar staan op de website van de pensioenuitvoerder

    • Website pensioenuitvoerder bevat in ieder geval
     - laag 1, 2 en 3 van de Pensioen 1-2-3
     - informatie over uitvoeringskosten
     - het jaarverslag en de jaarrekening
     - het pensioenreglement en de uitvoeringsovereenkomst

    Gefaseerde inwerkingtreding

    De Wet Pensioencommunicatie wordt in drie fases ingevoerd, waarbij zowel rekening is gehouden met het belang van goede pensioencommunicatie voor de deelnemers, als met de uitvoerbaarheid voor pensioenuitvoerders. De belangrijkste onderdelen van deze fases zijn:

    Fase 1:  1 juli 2015
    a) de algemene eisen aan pensioencommunicatie;
    b) de ruimere mogelijkheden voor digitale communicatie;
    c) de bevoegdheid voor DNB om statistische informatie over individuele fondsen te publiceren;
    d) de start van de uitbreiding van het pensioenregister.

    Fase 2:  2016
    a) op 1 januari 2016: het nieuwe korte UPO voor deelnemers;
    b) op 1 juli 2016: de Pensioen 1-2-3 (de nieuwe startbrief);
    c) op 1 juli 2016: de verplichting om bepaalde informatie beschikbaar te stellen op de website van de pensioenuitvoerder.

    Fase 3:  in de loop van 2017
    a) de weergave van het te bereiken pensioen in een optimistisch, een pessimistisch en een verwacht pensioenbedrag in het pensioenregister;
    b) de start ingroei van pensioengerechtigden in het pensioenregister.

    Het wordt mogelijk voor pensioenuitvoerders om te anticiperen op het gebruiken van de Pensioen 1-2-3 (de nieuwe startbrief). Pensioenuitvoerders die daartoe in staat zijn, mogen al eerder dan 1 juli 2016, namelijk vanaf 1 juli 2015 gebruikmaken van de Pensioen 1-2-3 om nieuwe deelnemers te informeren over de belangrijkste kenmerken van de pensioenregeling. Hierbij geldt als voorwaarde dat alle drie de lagen van Pensioen 1-2-3 ter beschikking komen voor de deelnemer. Deze anticipatiemogelijkheid is opgenomen in een brief die staatssecretaris Klijnsma op 29 juni 2015 aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

    De uitbreiding van de functionaliteit van het pensioenregister start weliswaar op 1 juli 2015, maar nagenoeg alle aanpassingen hoeven pas vanaf 2016 te worden ingevoerd.

    Gevolgen voor pensioenuitvoerders

    De wetgever veronderstelt dat pensioenuitvoerders een website hebben. Voor zover dit niet het geval is moet deze gebouwd worden. Voor pensioenuitvoerders met veel verschillende pensioenregelingen is de verplichting tot het publiceren van de basisinformatie voor elke pensioenregeling op de website een forse opgave.
    Verder zullen pensioenuitvoerders moeten kiezen of zij de informatieverstrekking schriftelijk of digitaal willen gaan uitvoeren. Er zal tevens een procedure moeten worden ingericht om instemming van de deelnemers te verkrijgen als er gekozen wordt voor digitale informatie. Denkbaar is overigens dat voor bepaalde doelgroepen de digitale informatieverstrekking niet passend is, zodat er gesegmenteerd zal moeten gaan worden. De invoering van digitale en schriftelijke informatie aan de pensioendeelnemer zal een grote inspanning vergen van de pensioenuitvoerder.
    Alle verplichte communicatie-uitingen moeten worden aangepast aan de nieuwe regelgeving, zowel qua vorm, inhoud, wijze van informatieverstrekking en de doelgroepen. De uitvoerder kan ook worden geconfronteerd met deelnemers die regelmatig hun keuze herzien.
    Hoewel digitale informatie naar verwachting tot een kostenbesparing zal leiden, zal de invoering in eerste instantie veel werk vergen. Indien gekozen wordt voor kwalitatief goede communicatie zal hiermee wel bereikt kunnen worden dat uiteindelijk voldaan wordt aan de bedoeling van de nieuwe regelgeving, namelijk om de pensioendeelnemer op adequate wijze te voorzien van de informatie die hem in staat stelt om voldoende pensioen op te bouwen en de keuzes te maken die hiervoor vereist zijn.

    De pensioenuitvoerder als financiële planner?

    Volgens de Wet Pensioencommunicatie zal de pensioenuitvoerder de deelnemer moeten ondersteunen bij het verkrijgen van overzicht, inzicht en handelingsperspectief met betrekking tot zijn totale pensioeninkomen. Hiertoe wordt het pensioenregister uitgebreid en aangevuld, zodat het de deelnemer helpt een globale financiële planning voor de oude dag te maken. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de wetgever dat de pensioenuitvoerder hierbij als financiële planner gaat fungeren voor de pensioendeelnemer. Er wordt door de uitvoerder gepersonificeerde informatie verstrekt die zoveel mogelijk aansluit bij de behoeften van de deelnemer en die beoogt om het pensioenbewustzijn te verhogen. De deelnemer blijft echter zelf verantwoordelijk voor de verwerking van deze informatie en de acties die hij onderneemt of achterwege laat. De deelnemer dient zelf aan de slag te gaan met de informatie die verstrekt wordt.
    Hierbij dient bedacht te worden dat de pensioenuitvoerder al veel langer rekening dient te houden met de ongeschreven verplichtingen die voortvloeien uit de redelijkheid en billijkheid die de (pre)contractuele verhouding tussen een pensioenuitvoerder en een aspirant deelnemer beheersen en de zorgplicht die de uitvoerder verplicht om informatie te verstrekken die van belang is voor de pensioendeelnemer. Er rust kortom al sinds jaar en dag een zware civielrechtelijke zorgplicht op de pensioenuitvoerder. Dergelijke vergaande verplichtingen gelden ook voor de werkgever, die ervoor dient te zorgen dat de werknemer zodanige informatie verkrijgt dat voor zover mogelijk onjuiste verwachtingen bij de werknemer voorkomen worden. De nieuwe wetgeving kan grotendeels worden gezien als een toezichtrechtelijke aanvulling van de reeds bestaande civielrechtelijke verplichtingen van de betrokken partijen, maar leidt er niet toe dat de pensioenuitvoerder financieel adviseur wordt.

    Een stap vooruit?!

    Een volledige beoordeling van het wetsvoorstel is in dit stadium nog niet mogelijk. Het Pensioen 1-2-3 en de checklist voor de werkgever voor pensioengesprekken met de werknemer zijn nog niet (volledig) beschikbaar. Ook de AMvB's en de ministeriële regeling waarin de wettelijke verplichtingen nader worden geconcretiseerd, zijn nog niet beschikbaar.
    Niettemin biedt de voorgestelde wetgeving voldoende kansen voor de sector om de kwaliteit van het communicatietraject drastisch te verhogen. Dat het niveau van de communicatie met de pensioendeelnemer dringend moet worden verbeterd, zal door weinigen worden betwist. Het is goed dat de nieuwe wet er is, maar het heeft wel veel te lang geduurd. 
    Voor zover nodig, geeft de nieuwe wetgeving de sector meer dan voldoende tools om de pensioendeelnemer adequaat te informeren en het pensioenbewustzijn te verhogen. Hiervoor is echter geen gedetailleerde wetgeving vereist, de verplichting hiertoe bestaat al lang op basis van de zorgplicht die door de pensioenuitvoerder en de werkgever dient te worden betracht met betrekking tot de uitvoering van de arbeidsvoorwaarde pensioen.
    Hopelijk zal het signaal van de wetgever door de pensioenuitvoerders en de werkgevers worden opgepakt en zal men onverkort kiezen voor een benadering waarbij het belang van de deelnemer voorop staat, ook al heeft dit als consequentie dat werkgever en/of uitvoerder schijnbaar meer doen dan de concrete informatieverplichtingen van de Pensioenwet zouden vergen. Met een kwalitatief hoogstaande invoering wordt het aansprakelijkheidsrisico beperkt en wordt tevens bewerkstelligd dat de gekozen oplossingen ook houdbaar blijken te zijn voor de lange termijn.
    Het streven naar uniformiteit en de inzet op kostenefficiëntie en vergelijkbaarheid kan de kwaliteit van het communicatieproces beperken. Het blijft om principiële redenen te betreuren dat communiceren volgens de toezichtswetgeving met name inhoudt dat er veel standaard informatie wordt verstrekt. De sector heeft echter vooralsnog behoefte aan expliciete verplichtingen.
    Met de invoering van de Wet Pensioencommunicatie zijn betrokkenen er nog lang niet. Uiteindelijk is het doel dat de pensioenplanning onderdeel wordt van een integrale financiële planner, die op termijn ook beschikbaar dient te komen. Om de nieuwe ontwikkelingen die zich razendsnel voltrekken het hoofd te kunnen bieden, is er ook dringend behoefte aan integratie tussen pensioen, woning en zorg.
    Voor dit moment is de Wet Pensioencommunicatie echter wel degelijk: een stap vooruit!

    Hieronder is dit artikel als pdf-bestand opgenomen.